Appelsientje


DE PERIKELEN VAN APPELSIENTJE

 of het korte en roemloze bestaan van de meest emotionele strip

de geboorte

Op 18 September 1960 wordt in het Antwerpse gezinsblad ‘Vrouw en Huis’ een stripfiguurtje geboren: een meisje! Het is een lief, klein poesje en ze heet Appelsientje.

Appelsientje vertelt zelf haar belevenissen. Met haar lachend kopje bovenaan is de hele strip eronder opgevat als één grote tekstballon. In het allereerste verhaaltje vertelt Appelsientje over haar geboorte en hoe ze aan die ongewone naam komt.

Toen ze in haar wiegje lag, vonden haar drie grote broers die oranje kleur van haar pelsje niet mooi en riepen: “Foei mama, geef ze maar gauw terug!”

Haar chique tante Hermine daarentegen was in de wolken en doopte het kleine katje Roswita Ethelburgis Aldegonda, naar een eveneens goudgele overgroottante.

Maar haar vader, een pekzwarte kater, die haalde zijn neus op en zei:”Net een Appelsientje!”

Zo is het begonnen. En sinds die dag lezen ook kinderen ‘Vrouw en Huis’. Want elke week zal op de binnenzijde van de achtercover hun geliefde eenpaginastrip staan: ‘De Perikelen van Appelsientje’.

deelgenoten

Die fameuze perikelen zijn nooit spannende avonturen of van die gekke, fantastische verzinsels. Deze strip toont eerder de meest ordinaire voorvallen uit ieders kinderleven.

Hoe Appelsientje voor de klas stond en een gedichtje moest voordragen en de tekst kwijt was. Grote paniek! En toen ze terug naar haar bankje moest, wist ze het gelukkig weer. Oef…

Helemaal niets bijzonders. Maar voor kinderen wel. Ze herkennen heel goed de gevoelens van dat moment: ze herkennen zichzelf. Appelsientje is hun gelijke en voorbeeld. Soms neemt Appelsientje midden in de strip nog eens oogcontact met haar lezertjes, wat de relatie haast persoonlijk maakt.Bovendien wordt Appelsientje groter en ouder mét haar publiek. De tijd in de strip evolueert parallel aan de werkelijke tijd. Dit is een zeldzaamheid. Appelsientje is geen eeuwig en hetzelfde Jommeke… Appelsientje leeft!

een snel leven

Maar de strip zal slechts zes jaar bestaan, al doet Appelsientje twee kattenjaren in één mensenjaar en wordt ze twaalf.

In 1960 werd Appelsientje dus geboren en in datzelfde jaar vierde ze ook haar eerste verjaardag. Appelsientje was dan klein, pluizig en rond en ze deed vele ‘domme dingen’. Haar grote broers plaagden haar graag. En als straf werden ze dan alle vier naar bed gestuurd.

In 1961 bracht peuter Appelsientje haar dagen nog thuis door. Ze hielp haar moeder, had wel eens een driftbui maar kon al aardig tekenen en zelfs haar eigen naam schrijven. Tijdens de kerstvakantie mochten de vier kinderen bij de grootouders gaan logeren.

In 1962 ging alleen Appelsientje met tante Hermine mee naar Zwitserland. Ze leerde er schaatsen en Pitsch kennen. Pitsch was een wat oudere jongen die daar met zijn vader op vakantie was. In dat jaar begon de moeder af te slanken. Appelsientje ging naar de eerste klas en de oudste broer was aan zijn eerste stiekeme sigaret toe. Pitsch werd haar vaste vriendje. Hij leerde haar zwemmen. En zij zoende hem uit dankbaarheid.

In 1963 werd het huis te klein en de zolder verbouwd. Appelsientje ging dan met tante Hermine op vakantie aan zee waar ‘toevallig’ ook Pitsch en zijn vader bleken te zijn (de vader van Pitsch was verliefd geworden op tante Hermine). Appelsientje was inmiddels zeven en verweerde zich al heel goed tegen de pesterijen van haar broers.

In 1964 kon Appelsientje vlot lezen en schrijven en leerde op school nu ook naaien en breien. Moeder was ondertussen zo dun als tante Hermine. Tante Hermine trouwde natuurlijk Pitschs vader, die men oom Bruun ging noemen. Als grote familie gingen ze dat jaar allemaal samen op vakantie. Naar een huis in de bergen.

In 1965 werd Appelsientjes muzikaal talent ontdekt en kreeg ze pianoles. De altijd grotere broers hadden het dan verdomd lastig met hun examens. Vakantie aan zee, weer de grote familie, in Frankrijk. Appelsientje was twaalf en een groot en verstandig meisje geworden, maar ze deed toch nog af en toe een dommigheidje.

zonder pretentie

Dit stripverhaal is anoniem getekend. Niemand schijnt deze fijne creatie op te eisen. Maar, vele kindertjes en volwassenen zien niet dat naast de strip een uitgebreide tekstversie van deze strip staat. En die is wel gesigneerd. Met een nietszeggend B.W.. Geen schrijver is onder deze initialen bekend. B.W. werkt kennelijk vast voor ‘Vrouw en Huis’ want er zijn artikels, reisrubrieken en zelfs kortverhalen van deze mysterieuze auteur.

De tekstversies van ‘Appelsientje’, ook in dagboekstijl, hebben een duidelijk literair karakter. Meer tussen de lijnen, en poëtischer geschreven dan de strip.

Wanneer tante Hermine Appelsientje leerde schaatsen, viel Appelsientje, samen met tante Hermine, hard tegen het ijs. Tante Hermine was boos en Appelsientje moest nu maar een poosje aan de kant blijven. Het laatste prentje toont Appelsientje met een betraand gezicht bij een warme chocolade aan een tafeltje.

Maar de tekstversie eindigde met: ”En ik was heel droevig. Er viel een hete traan in mijn chocolademelk.”

Het zijn twee aparte verhalen. Welke is eerst? Of werken tekenaar en schrijver samen? Of toch één auteur? Antwoorden krijgt men pas eind 1965.

het einde

Op 30 december 1965 gaat ‘Vrouw en Huis’ ter ziele. Een hippere formule, ‘Zie-Zondagsvriend’, komt in de plaats met een volledig nieuwe redactie.

In dat allerlaatste nummer prijkt op de allerlaatste pagina nog een allerlaatste perikel:

Het was dus oudejaarsavond inderdaad en oom Bruun hief het champagneglas: “Op het nieuwe Appelsientje!” Want… tante Hermine verwachtte een poesje! Waarop Appelsientje in de handen sloeg en riep: “Hoera, van nu af aan heet ik Roswita!”

En zo is het, in alle schoonheid en juistheid, definitief afgelopen met ‘Appelsientje’.

twee auteurs!

Op diezelfde allerlaatste pagina staat, naast ‘Appelsientje’, een kolommetje waarin de hoofdredactrice van ‘Vrouw en Huis’, Yvonne Nonneman, een dankbetuiging en een gelukwens richt tot Julienne Favoreel, de vrouw die Appelsientje ontwierp en zes jaar lang getekend heeft.

Over de mysterieuze B.W. heeft Nonneman enkele weken eerder al een rijk geïllustreerd artikel van maar liefst acht pagina’s geschreven. Want B.W. staat voor Bella Wildert, pseudoniem voor Marthe Bellefroid, die dan eigelijk een erg bekende schrijfster is onder de naam: Rose Gronon.

(Rose Gronon (pseud. voor Marthe Bellefroid, Antwerpen 1901 – 1979). In het Frans opgevoed, schrijft zij aanvankelijk Franstalige boeken maar zonder succes. In het Nederlands wordt zij bekend met historische romans waarin de psychologische ondertoon veel belangrijker is dan de verhalende gebeurtenissen. Verder schrijft zij eigentijdse novellen, enkele toneel- en luisterspelen, tv-scripts en wat kinderboeken. Voor ‘Vrouw en Huis’ schrijft zij als oefening. Haar novelle ‘De Reis’, uit 1966, twee maanden na het heengaan van ‘Appelsientje’, kent er enige gelijkenis mee.)

Dat B.W. de veelgeprezen Rose Gronon is, ontdekt Yvonne Nonneman heel toevallig in dat laatste jaar. Maar haar omvangrijk artikel, dat ‘Appelsientje’ in dit nieuwe perspectief een meerwaarde geeft, schenkt de strip helaas geen verder leven.

het begin

Het is allemaal vrij simpel begonnen. Hoofdredactrice Nonneman wil in 1960 een vervolgverhaal voor kinderen in haar blad. Een stripverhaal. Ze vraagt het Bella Wildert omdat die zo pittig kan schrijven. Bella Wildert is ongetrouwd maar ze houdt erg veel van kinderen en aanvaardt de job. Ze denkt iets te doen zoals “Les Malheurs de Sophie” van Madame de Ségur.

Bella Wildert is dan zestig jaar en in een vorig leven nog schooljuf geweest. Ze weet dat kinderen dierenverhaaltjes erg fijn vinden, vooral wanneer die dieren dingen beleven uit hun kinderwereld.

Nu heeft B.W./Marthe Bellefroid een Engels nichtje. Ze heet Ann en komt in de vakantie wel eens logeren bij tante Marthe. Ann klaagt dan over de pesterijen van haar broers. Ze vinden die oranje kleur van haar haar niet mooi. Ann toont tante Marthe haar lievelingsboek: ‘ORLANDO The Marmalade Cat’. Over een grote oranjekleurige poes. In tante Marthes hoofd rinkelt plots een belletje.

En zo ontstaat ROSWITA, of liever:l Appelsientje. Over een klein oranjekleurig poesje, dat de perikeltjes van Ann overdoet.

(Bovendien had de buurman een oranje en geel gestreepte kat en tante Marthe later een zwarte: Pitsch!)

tekeningen o.a.

Bella Wildert schrijft haar verhaaltjes in kleine reeksen zodat er een vervolg in zit. Ze geeft die gewoon aan de redactie van ‘Vrouw en Huis’, waar Julienne Favoreel er zonder enige samenwerking een stripverhaaltje van brouwt.

Haar tekeningen, op ware grootte gemaakt, kleurt ze in met ecoline. Julienne Favoreel zorgde er voor dat ‘De Perikelen van Appelsientje’ er altijd aantrekkelijk uitzagen. Ook haar voortdurende aandacht voor (sixties) kleding droeg bij tot de optimistische sfeer van de strip.

Julienne Favoreel, een rasechte Antwerpse, is op dat moment zo’n veertig jaar en eveneens ongehuwd. Ze is fysiek zwaar gehandicapt. Gebocheld en klein gebleven. Maar haar gezicht straalt even guitig als dat van Appelsientje en ze bezit datzelfde opgewekte karakter. Ze houdt veel van dieren, gaat vaak in de zoo tekenen en heeft thuis twee katten.

Julienne Favoreel heeft van die lange handige vingers en doet voor ‘Vrouw en Huis’, naast het illustratiewerk en de snit-en-naad-patronen, ook de knutselrubriek. Verschillende handwerkjes in verband met ‘Appelsientje’ worden in de loop der jaren gepubliceerd. Altijd door Julienne Favoreel bedacht en op punt gezet.

Ergens in 1963 leerde Appelsientje zichzelf rolschaatsen. Met veel vallen en opstaan. Maar ze kreeg zowaar een applausje van haar broers die haar dappere gedrevenheid stonden gade te slaan. Appelsientje droeg dan een gebreid jasje en een plooirokje.

Op de vorige pagina in diezelfde ‘Vrouw en Huis’ staat het breipatroon van dat kindervestje, met een foto erbij van twee kleine meisjes in zo’n jasje, met plooirok en al, onder de titel “Echte Appelsientjes”!

Onbewust stijgt hierdoor de populariteit van Appelsientje, ze wordt zowat de mascotte van ‘Vrouw en Huis’.

de jaren zestig

Waar Bella Wildert gedurende die zes jaren haar inspiratie vandaan blijft halen is niet bekend. Maar de uitspraken van ouders en het gedoe van kinderen zijn zo typisch dat er vermoedelijk enkele families waren die B.W. geregeld bezocht.

Achteraf gezien getuigen de verhaaltjes van een bijzonder juist beeld van het gezinsleven begin jaren zestig:

Er waren vier kinderen, vader ging werken op kantoor en moeder deed het huishouden. En huishouden betekende niet alleen met de kinderen bezig zijn, boodschappen doen en eten koken, het huis schoonmaken, de vaat doen, de was doen en strijken. Huishouden was ook ramen en deuren verven en kleren zelf maken of herstellen. Ze hadden nog geen wagen bij Appelsientje, geen televisie, wel telefoon. In die tijd werd niet gevraagd naar de mening van kinderen. Kinderen moesten luisteren en vooral hun mondje houden. Eén keer kreeg Appelsientje van haar moeder zelfs een rake klap.

Zoiets kan nu niet meer… toch niet in een kinderboek.

uitzonderlijk

Niet zoveel strips hebben poezen als personages.

Niet zoveel strips gaan gewoon over het dagelijks leven.

Is er een andere strip die per aflevering ook een literaire versie heeft?

Welke bekende schrijver schrijft scenario’s van stripverhalen voor kleuters?

Is er nog een vrouwenduo onder de stripauteurs?

Hoeveel strips zijn in de ik-vorm?

Zijn er stripfiguren die ieder jaar verouderen?

En bestaat er één andere strip die zo uitgesproken emotioneel is?

emoties

Verdriet hebben, pijn lijden, gezelligheid delen, dolgelukkig zijn, miskend worden, troost krijgen, genot ondervinden, zich ellendig voelen, angsten kennen, fier zijn, jaloers, frank, beledigd, boos, beschaamd… het gehele gamma aan emoties beschrijft Bella Wildert. En ze doet dat helemaal in de stijl van Rose Gronon maar dan eenvoudiger en compacter.

Het gaat hem niét om de plot, om het grapje, zoals bij de meeste eenpaginastrips, het gaat om psychologisch gedrag. Dat van het kind en dat van kinderen onder elkaar, in relatie tot de ouders en visa-versa. Het kind dat niet begrijpt waarom de ouder plots kwaad is; de ouder die de goede bedoeling van het kind niet opmerkt. Frustraties… Tussen de lijnen heeft B.W. het over het verongelijkte kind, het ten onrechte gestrafte, lijdende kind. Of… Marthe Bellefroids eigen jeugd en trauma’s?

Julienne Favoreel weet ook heel goed wat kinderleed is. Maar zij heeft zich altijd door humor gered. Ze hield ervan grappig te doen. Haar tekeningen passen de serieux van Gronon aan. En kinderen voelen onmiddellijk de donkere emoties achter haar kleurrijke prentjes.

fade out

‘De Perikelen van Appelsientje’ verschijnen toch niet echt wekelijks. Er zijn hiaten die overeenkomen met drukke werkperiodes of reizen van Bella Wildert, Rose Gronon en Marthe Bellefroid.

Er worden alles samen 168 afleveringen gemaakt. Aan een album wordt nooit gedacht. ‘Vrouw en Huis’ verkoopt niet zo best meer en heeft steeds meer geld nodig.

Naarmate de jaren verstrijken, verliest Appelsientje letterlijk haar kleur. De strips worden vaker zwart-wit afgedrukt, gewoonlijk met een steunkleur. Ondanks Julienne Favoreel haar ‘Appelsientje’ altijd in mooie, bonte kleuren aflevert, gaan de schaarse kleurpagina’s van ‘Vrouw en Huis’ naar de adverteerders.

Maar ook dit grijze Appelsientje lacht vrolijk en bekoort de kinderhartjes tot het einde toe. Daarna wordt ze met het badwater van ‘Vrouw en Huis’ weggegooid.

En daar kunnen, mógen geen kinderen wat aan doen…

de waarde

Veertig jaar later blijkt dat niemand deze bijzonder gevoelige strip opgevist heeft en gered. Niemand heeft de mysterieuze B.W. gearchiveerd, zelfs Marthe Bellefroid niet! En Julienne Favoreel vond het niet meer dan normaal dat haar werk eigendom van de redactie bleef. Maar noch ‘Zie-Zondagsvriend’, noch de oorspronkelijke uitgeverij ‘De Vlijt’, noch de latere uitgeverij ‘De Gazet van Antwerpen’ heeft iets van de ‘Vrouw en Huis’-redactie in hun archief. Niemand weet waar de originelen tekeningen zijn. Niemand heeft van ‘De Perikelen van Appelsientje’ één originele tekst in bezit.

Misschien was er ergens wel een gezinnetje dat al de strips uitknipte, in een album gekleefde en ze koesterde tot ook dat oud papier werd?

Zo verdwijnt dan deze unieke strip roemloos uit oog en hart.

‘De Perikelen van Appelsientje’ is niet zomaar een rariteitje, het is een verloren schat!

Alleen… de hoofdredactrice… Alleen Yvonne Nonneman had, in haar kelder, samen met alle andere tijdschriften en kranten uit haar lange journalistieke carrière, de ‘Vrouw en Huis’-en bewaard en dus ook ALLE ‘Appelsientjes’!

het boek

Zal ‘De Perikelen van Appelsientje’ nu eindelijk in eer hersteld worden?

Zal dit vergeten juweel als heus kunstboek van 360 pagina’s, tekst naast strip, weldra het publieke licht der erkenning aanschouwen???

Ik heb me daar drie jaar zeer intens voor ingezet en met een nieuw lay-outvoorstel in een indrukwekkende dummy allerlei uitgeverijen en officiële instanties afgeschuimd. En verschillende combines geprobeerd om aan privé-geld te raken. Iedereen deed altijd laaiend enthousiast maar uiteindelijk kreeg ik overal de slappe, gekende antwoorden : “Te verouderde thematiek!”, “Te dure productie!”, “Te Vlaams!”, “Te kleine markt!”, “Past niet in huidig fonds!”, “Te moeilijk genre!”, …

Zo blijkt de kracht van deze strip ook haar dood te zijn. Deze verhaaltjes zijn niet commercieel, ze zijn te weinig Kuifje, te veel niets.

”Een hete traan in chocolademelk…”

In 2000 heb ik mijn pogingen gestaakt.

afscheid

Juffrouw Nonneman had mij voor die goede zaak nog aan het werk gezet. Ik schreef er een soort dagboek van. We waren ervan overtuigd dat het ons lukken zou. Ze was nog een kwik en alert omaatje. Heldere geest vol herinneringen. Tot 1994 had ze ook nog de originele tekeningen van ‘Favoreeltje’ in haar kelder liggen. Maar de mieren hadden er aan gezeten en toen heeft ze dat pak maar weggegooid!

Haar archief ‘Vrouw en Huis’ kreeg ik toen ze begin 2001 stierf.

Ik had Julienne Favoreel ook nog teruggevonden. In 1995. Nog steeds in de Boerhaavestraat. Voor haar was ‘Appelsientje’ héél lang geleden. Ik moest daar allemaal ook niet te veel achter zoeken; ze hadden er niks speciaals mee bedoeld. Favoreeltje leefde in de meest povere omstandigheden. Werkelijk een schande! Maar ze was nog altijd even zonnig en plezant als haar Appelsientje. We hebben samen een appelsientje gegeten. Eind 1997 hebben ze haar ‘gevonden’.

Marthe Bellefroid stierf in 1979. Ik las haar romans maar hield het meest van de novellen. ‘Het huis aan de St-Aldagondiskaai’ is meesterlijk. Hoe korter hoe krachtiger, vind ik, met de ‘Appelsientjes’ als bewijs. Over Rose Gronon verschijnt in 2004 een uitgebreide monografie. ‘Appelsientje’ zal niet ontbreken.

ik

Als kind werden ‘De Perikelen van Appelsientje’ ons voorgelezen. Wij waren thuis met drie broers en een jonger zusje, precies zoals bij Appelsientje en we voelden ons toen zeer betrokken.

En nu ben ik de enige private persoon ter wereld die de volledige verzameling van ‘De Perikelen van Appelsientje’ bezit. Het is een magere troost want ik hoop nog altijd dat er ooit een boek van komt. En dat Appelsientje weer leeft.

Gorik Lindemans

Brussel 2002

Zie ook:

MIJN PERIKELEN MET APPELSIENTJE 2003‘: uiteindelijk heb ik een soort dagboek geschreven omtrent al mijn vruchteloze pogingen om ‘De Perikelen van Appelsientje’ uit te geven. Het is een uitgebreid verslag van mijn zoektocht naar de illustrator en schrijver van Appelsientje, eindigend bij het graf van J. Favoreel

Een oproep geplaatst in de Poezenkrant 1998 op bladzijde 14.

Advertisements